Wie zich verdiept in gezond en veilig werken, komt al snel de afkorting RI&E tegen. Maar wat is de betekenis van RI&E precies? Waarvoor is een RI&E bedoeld, wanneer is deze verplicht en welke risico’s moet je als werkgever onderzoeken?
RI&E staat voor Risico-Inventarisatie & -Evaluatie. Het is een belangrijk onderdeel van het arbobeleid van een organisatie. Met een RI&E brengt een werkgever systematisch in kaart welke risico’s het werk met zich meebrengt voor de veiligheid en gezondheid van medewerkers. Vervolgens wordt beoordeeld hoe groot die risico’s zijn en welke maatregelen nodig zijn om ze te voorkomen of te beperken.
Daarbij gaat het niet alleen om zichtbare risico’s, zoals machines, gevaarlijke stoffen of fysieke belasting. Ook minder zichtbare risico’s, zoals werkdruk, stress, pesten, discriminatie en seksuele intimidatie, horen erbij. Psychosociale arbeidsbelasting, kortweg PSA, is daarmee een belangrijk onderdeel van de RI&E.
Waar staat RI&E voor?
De betekenis van RI&E is Risico-Inventarisatie & -Evaluatie. De naam beschrijft eigenlijk al de twee belangrijkste stappen.
Bij de risico-inventarisatie wordt onderzocht welke gevaren en arbeidsrisico’s binnen de organisatie aanwezig zijn. Denk bijvoorbeeld aan tillen, beeldschermwerk, lawaai, gevaarlijke stoffen, machines, maar ook aan een hoge werkdruk of ongewenst gedrag.
Vervolgens vindt de evaluatie plaats. Daarbij wordt beoordeeld hoe groot de gevonden risico’s zijn. Hoe waarschijnlijk is het dat een risico tot schade leidt? Hoe ernstig kunnen de gevolgen zijn? En welke risico’s vragen als eerste om actie?
Een RI&E is dus meer dan een checklist die je eenmalig invult. Het doel is om van risico’s naar gerichte maatregelen te komen.
De wettelijke basis hiervoor staat onder andere in artikel 5 van de Arbeidsomstandighedenwet. Daarin is vastgelegd dat de werkgever schriftelijk moet vastleggen welke risico’s het werk voor medewerkers met zich meebrengt en welke maatregelen al zijn genomen om die risico’s te beperken.
Bekijk artikel 5 van de Arbeidsomstandighedenwet
Wat is het doel van een RI&E?
Het belangrijkste doel van een RI&E is het voorkomen van gezondheidsschade, ongevallen en uitval door het werk.
Door risico’s tijdig te herkennen, kan een organisatie maatregelen treffen voordat problemen ontstaan. Daarmee is de RI&E niet alleen een wettelijke verplichting, maar vooral een hulpmiddel voor goed werkgeverschap.
Een goede RI&E geeft antwoord op vragen als: welke arbeidsrisico’s spelen binnen onze organisatie? Welke medewerkers of groepen lopen een verhoogd risico? Welke risico’s zijn het meest urgent? Welke maatregelen nemen we al? En waar moeten we aanvullende maatregelen treffen?
Daarmee vormt de RI&E in feite de basis voor een continu verbeterproces rond gezond en veilig werken.
Een belangrijk uitgangspunt is dat de RI&E moet aansluiten bij de werkelijke situatie binnen de organisatie. Het kopiëren van een algemene lijst met risico’s is daarom niet voldoende. Een kantoororganisatie heeft immers andere arbeidsrisico’s dan een productiebedrijf, zorginstelling of logistieke onderneming.
Voor wie is een RI&E verplicht?
In Nederland geldt als hoofdregel dat een werkgever met medewerkers een RI&E moet hebben. De verplichting maakt onderdeel uit van het arbobeleid dat werkgevers volgens de Arbowet moeten voeren.
Ook kleine werkgevers vallen dus onder de RI&E-verplichting. Voor sommige kleine organisaties bestaan wel vereenvoudigde mogelijkheden. Wanneer alle medewerkers samen bijvoorbeeld maximaal 40 uur per week werken, kan onder voorwaarden gebruik worden gemaakt van de Checklist Gezondheidsrisico’s van Steunpunt RI&E.
Daarnaast bestaan voor veel bedrijfstakken speciale branche-RI&E-instrumenten. Deze zijn afgestemd op risico’s die binnen een bepaalde sector veel voorkomen en kunnen het opstellen van de RI&E aanzienlijk eenvoudiger maken.
Bekijk de informatie en RI&E-instrumenten van Steunpunt RI&E
Uit welke onderdelen bestaat een RI&E?
Een werkgever mag zelf bepalen hoe de RI&E wordt vormgegeven, zolang deze schriftelijk is vastgelegd en de relevante arbeidsrisico’s goed worden onderzocht en beoordeeld.
Volgens het Arboportaal bevat een RI&E in ieder geval een inventarisatie van de aanwezige veiligheids- en gezondheidsrisico’s, een beschrijving van reeds genomen maatregelen, aandacht voor bijzondere groepen werknemers, een beoordeling en prioritering van de risico’s en een Plan van Aanpak waarin staat hoe de belangrijkste risico’s worden aangepakt. Ook moet aandacht worden besteed aan de toegang van medewerkers tot bijvoorbeeld de preventiemedewerker of arbodeskundige.
De RI&E draait dus uiteindelijk om drie vragen: welke risico’s zijn er, hoe belangrijk zijn deze risico’s en wat gaan we eraan doen?
Wat is het Plan van Aanpak?
Het Plan van Aanpak is een verplicht onderdeel van de RI&E. Een organisatie die alleen risico’s inventariseert, heeft de RI&E dus nog niet afgerond.
In het Plan van Aanpak wordt vastgelegd welke maatregelen de werkgever neemt om de gevonden risico’s te verminderen of weg te nemen. Daarbij hoort ook te worden aangegeven wanneer maatregelen worden uitgevoerd en wie binnen de organisatie daarvoor verantwoordelijk is.
Stel bijvoorbeeld dat uit de RI&E blijkt dat medewerkers regelmatig zware lasten tillen. Dan kan een maatregel zijn om hulpmiddelen beschikbaar te stellen of werkzaamheden anders in te richten.
Blijkt dat structurele werkdruk een belangrijk risico vormt? Dan vraagt dat om andere maatregelen, bijvoorbeeld rond de hoeveelheid werk, beschikbare capaciteit, autonomie, ondersteuning door leidinggevenden of de manier waarop werkzaamheden worden georganiseerd.
Daarmee wordt ook duidelijk waarom een goede analyse van de oorzaken van een risico belangrijk is. Alleen weten dát een probleem bestaat, vertelt nog niet automatisch welke maatregel het meeste effect zal hebben.
Welke arbeidsrisico’s horen in een RI&E?
Welke arbeidsrisico’s in de RI&E moeten worden onderzocht, hangt af van de werkzaamheden en omstandigheden binnen de organisatie. Een RI&E moet daarom altijd aansluiten bij de praktijk.
Veel voorkomende onderwerpen zijn onder andere:
- fysieke belasting en ergonomie;
- beeldschermwerk;
- gevaarlijke stoffen en biologische agentia;
- machineveiligheid en arbeidsmiddelen;
- lawaai en trillingen;
- werk- en rusttijden;
- psychosociale arbeidsbelasting, waaronder werkdruk en ongewenst gedrag.
Het Arboportaal benadrukt dat zowel zichtbare als minder zichtbare risico’s moeten worden meegenomen. Een risico hoeft dus niet direct lichamelijk of tastbaar te zijn om onderdeel van de RI&E te vormen.
Dat laatste is vooral van belang bij psychosociale arbeidsbelasting.
Psychosociale arbeidsbelasting als onderdeel van de RI&E
Psychosociale arbeidsbelasting (PSA) ontstaat door arbeidsrisico’s die stress kunnen veroorzaken. Volgens het Arboportaal gaat het daarbij onder meer om werkdruk en ongewenst gedrag, zoals pesten, agressie en geweld, discriminatie en (seksuele) intimidatie.
PSA is niet alleen een HR- of cultuurvraagstuk. Het is nadrukkelijk onderdeel van de arbeidsomstandighedenwetgeving.
Artikel 2.15 van het Arbobesluit bepaalt dat wanneer werknemers worden of kunnen worden blootgesteld aan psychosociale arbeidsbelasting, deze risico’s in het kader van de RI&E moeten worden beoordeeld. Vervolgens moeten in het Plan van Aanpak maatregelen worden vastgesteld en uitgevoerd om PSA zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.
Bekijk artikel 2.15 van het Arbobesluit over psychosociale arbeidsbelasting
Dat betekent overigens niet dat iedere werkgever wettelijk verplicht is om precies dezelfde RI&E-vragenlijst of PSA-vragenlijst te gebruiken. De kern van de verplichting is dat de risico’s voldoende goed in kaart worden gebracht en beoordeeld.
Juist bij psychosociale arbeidsbelasting kan dat lastiger zijn dan bij een zichtbaar veiligheidsrisico. Een werkgever kan bijvoorbeeld constateren dat er regels tegen ongewenst gedrag bestaan, maar daarmee is nog niet vastgesteld in hoeverre medewerkers daadwerkelijk intimidatie, discriminatie of pesten ervaren. Hetzelfde geldt voor werkdruk: het bestaan van een werkdrukprotocol zegt nog niet hoe hoog medewerkers hun werkdruk ervaren of waardoor die werkdruk ontstaat.
Daarom kan het zinvol zijn om het PSA-onderdeel van de RI&E te verdiepen met onderzoek onder medewerkers. Een vragenlijst psychosociale arbeidsbelasting kan inzicht geven in de mate waarin bepaalde risico’s voorkomen, waar in de organisatie deze het sterkst spelen en welke onderliggende factoren ermee samenhangen.
Lees meer over onze Vragenlijst Psychosociale Arbeidsbelasting.
Moet een RI&E worden getoetst?
In de meeste gevallen moet een RI&E worden getoetst door een gecertificeerde arbodeskundige of arbodienst. Tijdens deze toetsing wordt onder meer bekeken of de relevante risico’s goed in kaart zijn gebracht, of de juiste uitgangspunten zijn gebruikt en of het Plan van Aanpak daarop aansluit.
Er bestaan uitzonderingen op deze toetsingsplicht.
Een belangrijke uitzondering geldt voor organisaties met maximaal 25 medewerkers die gebruikmaken van een voor hun branche passend en erkend branche-RI&E-instrument. In dat geval hoeft de RI&E onder voorwaarden niet afzonderlijk te worden getoetst.
Ook voor zeer kleine werkgevers waarbij alle medewerkers samen maximaal 40 uur per week werken bestaat een aparte route via de Checklist Gezondheidsrisico’s, waarbij toetsing niet nodig is.
Twijfel je welke regels voor jouw organisatie gelden, dan biedt Steunpunt RI&E hiervoor een routeplanner.
Hoe vaak moet je een RI&E actualiseren?
Voor een RI&E geldt niet simpelweg de regel dat deze bijvoorbeeld ieder jaar of iedere drie jaar volledig opnieuw moet worden gemaakt. De werkgever moet de RI&E zo vaak aanpassen als nodig is.
Een actualisatie ligt bijvoorbeeld voor de hand wanneer werkmethoden veranderen, nieuwe machines of stoffen worden gebruikt, de organisatie verhuist, werkzaamheden ingrijpend veranderen of nieuwe inzichten over arbeidsrisico’s beschikbaar komen.
Hetzelfde principe geldt voor psychosociale arbeidsbelasting. Een reorganisatie, snelle groei, personeelskrapte, veranderingen in leiderschap of langdurig hoge werkdruk kunnen het risicoprofiel van een organisatie veranderen. Het is daarom verstandig de RI&E niet als een statisch document te beschouwen, maar als onderdeel van een continu proces van meten, verbeteren en evalueren.
Hoe ga je aan de slag met een RI&E?
Begin met het bepalen welke RI&E-aanpak bij jouw organisatie past. Voor veel branches bestaat een eigen RI&E-instrument. Is dat niet het geval, dan zijn er algemene hulpmiddelen beschikbaar of kan ondersteuning worden gevraagd aan een arbodeskundige.
Betrek vervolgens medewerkers en de preventiemedewerker bij het inventariseren van de risico’s. Juist medewerkers weten vaak goed waar in de dagelijkse praktijk knelpunten ontstaan.
Breng daarna de risico’s in kaart en beoordeel welke daarvan de grootste kans op gezondheidsschade of onveilige situaties opleveren. Wanneer een onderwerp onvoldoende duidelijk is, kan aanvullend of verdiepend onderzoek nodig zijn om tot een goede beoordeling te komen.
Vertaal de uitkomsten vervolgens naar concrete maatregelen in het Plan van Aanpak. Leg daarbij niet alleen vast wat er moet gebeuren, maar ook wie verantwoordelijk is en wanneer de maatregel wordt uitgevoerd. Kijk daarna regelmatig of de maatregelen daadwerkelijk het gewenste effect hebben en of nieuwe risico’s zijn ontstaan.
Zo verandert de RI&E van een wettelijke verplichting in wat zij uiteindelijk bedoeld is te zijn: een praktisch instrument om medewerkers veiliger, gezonder en duurzamer te laten werken.
Voor psychosociale arbeidsbelasting betekent dit dat alleen vaststellen dat werkdruk of ongewenst gedrag een mogelijk risico is, nog maar het begin is. De volgende vraag is waar deze risico’s binnen de organisatie ontstaan, welke factoren ze versterken en waar gerichte verbetering het meeste effect heeft. Juist daar kan verdiepend onderzoek naar psychosociale arbeidsbelasting waardevolle inzichten opleveren.
Externe bronnen en verder lezen
Arboportaal – Wat zegt de wet over de RI&E?
Arboportaal – Waaruit bestaat de RI&E?
Steunpunt RI&E – Wat is een RI&E?
Steunpunt RI&E – Een RI&E maken
Arboportaal – Psychosociale arbeidsbelasting (PSA)
Arbeidsomstandighedenwet – artikel 5 RI&E
Arbobesluit – artikel 2.15 psychosociale arbeidsbelasting




