Werkdruk, stress, pesten, discriminatie, agressie en seksuele intimidatie hebben niet alleen invloed op het welzijn van medewerkers. Het zijn ook arbeidsrisico’s waarvoor werkgevers volgens de Arbowet verantwoordelijkheid dragen.
Deze risico’s vallen onder de noemer psychosociale arbeidsbelasting (PSA). Werkgevers moeten beleid voeren om psychosociale arbeidsbelasting zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Een belangrijk onderdeel daarvan is het opnemen en beoordelen van PSA-risico’s in de Risico-Inventarisatie & -Evaluatie (RI&E).
Maar wat betekent dat in de praktijk? Wanneer heb je als werkgever voldoende onderzoek gedaan? En wat doe je wanneer uit de RI&E blijkt dat er mogelijk sprake is van hoge werkdruk of ongewenst gedrag, maar nog niet duidelijk is waar het probleem precies zit?
In dat geval kan verdiepend onderzoek naar psychosociale arbeidsbelasting nodig zijn. Niet alleen om vast te stellen dát er een risico bestaat, maar vooral om te begrijpen waar het ontstaat en welke maatregelen het meeste effect kunnen hebben.
Wat is psychosociale arbeidsbelasting?
Psychosociale arbeidsbelasting ontstaat door factoren in het werk die stress kunnen veroorzaken. Het Arboportaal onderscheidt daarbij twee belangrijke categorieën: werkdruk en ongewenst gedrag. Onder ongewenst gedrag vallen onder andere pesten, agressie en geweld, discriminatie en seksuele intimidatie.
Psychosociale arbeidsbelasting kan zich op verschillende manieren manifesteren. Een medewerker kan bijvoorbeeld langdurig te veel werk moeten uitvoeren binnen de beschikbare tijd. Maar PSA kan ook ontstaan door conflicten, onvoldoende ondersteuning, discriminatie of een werkomgeving waarin ongewenst gedrag onvoldoende wordt begrensd.
De gevolgen kunnen zowel psychisch als lichamelijk en sociaal zijn. Denk aan langdurige stress, verminderde betrokkenheid, gezondheidsklachten en uiteindelijk uitval.
PSA is daarom meer dan alleen een onderwerp voor HR of medewerkerstevredenheid. Het is een arbeidsrisico en valt daarmee onder de arbeidsomstandighedenwetgeving.
Wat zegt de Arbowet over psychosociale arbeidsbelasting?
Werkgevers zijn volgens de Arbeidsomstandighedenwet verplicht om beleid te voeren dat gericht is op goede arbeidsomstandigheden. Onderdeel daarvan is het voorkomen en beperken van psychosociale arbeidsbelasting.
Die verplichting wordt verder uitgewerkt in artikel 2.15 van het Arbobesluit. Wanneer werknemers worden of kunnen worden blootgesteld aan psychosociale arbeidsbelasting, moeten de bijbehorende risico’s in het kader van de RI&E worden beoordeeld. Vervolgens moeten maatregelen worden vastgesteld en uitgevoerd om die belasting te voorkomen of te beperken.
Voor werkdruk beschrijft het Arboportaal dit heel concreet: werkgevers moeten de risico’s in de RI&E in kaart brengen en in het Plan van Aanpak maatregelen opnemen om werkdruk te voorkomen of te beperken. Ook moeten medewerkers worden voorgelicht over de risico’s en de getroffen maatregelen.
Daarmee ontstaat een logische lijn:
inventariseren → beoordelen → verdiepen waar nodig → maatregelen bepalen → uitvoeren → evalueren.
Die lijn is belangrijk. Alleen vastleggen dat “werkdruk een aandachtspunt is” betekent namelijk nog niet automatisch dat duidelijk is waardoor die werkdruk wordt veroorzaakt of wat je eraan moet doen.
Psychosociale arbeidsbelasting hoort in de RI&E
De RI&E is het centrale instrument waarmee werkgevers arbeidsrisico’s systematisch in kaart brengen.
Daarbij gaat het niet alleen om fysieke of zichtbare risico’s. Naast bijvoorbeeld gevaarlijke stoffen, machineveiligheid, lawaai en fysieke belasting noemt het Arboportaal expliciet psychosociale arbeidsbelasting als onderwerp waarop verdieping binnen de RI&E nodig kan zijn. Het Arboportaal stelt daarbij dat deze verdieping onderdeel uitmaakt van de RI&E en dat de werkgever verplicht is hier onderzoek naar te doen.
De RI&E moet in ieder geval duidelijk maken welke risico’s aanwezig zijn, welke maatregelen al zijn genomen en hoe belangrijk de verschillende risico’s zijn. Vervolgens worden maatregelen vastgelegd in het bijbehorende Plan van Aanpak.
Bij psychosociale arbeidsbelasting is dat soms ingewikkelder dan bij een fysiek arbeidsrisico.
Een ontbrekende beschermkap op een machine kun je bijvoorbeeld waarnemen. De mate waarin medewerkers structurele werkdruk, discriminatie of intimiderend gedrag ervaren, is minder eenvoudig vanaf de buitenkant vast te stellen.
Daarom kan voor PSA aanvullend onderzoek onder medewerkers nodig zijn.
Wanneer is aanvullend onderzoek naar PSA nodig?
Een algemene RI&E kan aanleiding geven om een bepaald risico verder te onderzoeken.
Stel bijvoorbeeld dat tijdens de inventarisatie naar voren komt dat:
- werkdruk mogelijk structureel hoog is;
- het ziekteverzuim in bepaalde teams opvallend is;
- medewerkers melding maken van ongewenst gedrag;
- er signalen zijn van pesten of discriminatie;
- medewerkers onvoldoende sociale steun ervaren;
- er veel conflicten of spanningen bestaan;
- er onvoldoende inzicht is in verschillen tussen afdelingen of groepen.
Dan weet je dát er mogelijk iets aan de hand is. Maar vaak nog niet voldoende wat, waar, waardoor en hoe ernstig.
Dat is het moment waarop een verdiepende RI&E of verdiepend onderzoek relevant wordt.
Steunpunt RI&E verlangt bij erkende branche-RI&E-instrumenten bijvoorbeeld dat duidelijk wordt aangegeven wanneer voor bepaalde arbeidsrisico’s een verdiepende RI&E nodig is. Ook moet het Plan van Aanpak inzichtelijk kunnen maken welke verdiepende onderzoeken nodig zijn.
Dat onderscheid is belangrijk: een inventarisatie signaleert een risico, terwijl verdiepend onderzoek helpt om het risico goed te begrijpen voordat je bepaalt welke interventie passend is.
Van RI&E naar Plan van Aanpak
Een RI&E is niet compleet zonder een Plan van Aanpak. Daarin legt de werkgever vast welke maatregelen worden genomen, wanneer deze worden uitgevoerd en wie daarvoor verantwoordelijk is.
In sommige gevallen kun je na de inventarisatie direct een maatregel bepalen.
Als medewerkers bijvoorbeeld op een onjuist ingerichte beeldschermwerkplek werken, kan relatief duidelijk zijn welke ergonomische aanpassing nodig is.
Bij psychosociale arbeidsbelasting ligt dat vaak ingewikkelder.
Wanneer de RI&E bijvoorbeeld een risico rond werkdruk signaleert, kunnen daar heel verschillende oorzaken achter zitten. Mogelijk is de hoeveelheid werk te groot, maar het probleem kan ook samenhangen met onduidelijke verantwoordelijkheden, onvoldoende autonomie, gebrekkige samenwerking, leiderschap of een tekort aan ondersteuning.
Een maatregel als “medewerkers een training stressmanagement aanbieden” heeft weinig effect wanneer de daadwerkelijke oorzaak een structureel onrealistische werklast is.
Daarom kan het Plan van Aanpak eerst een verdiepend PSA-onderzoek bevatten voordat definitieve maatregelen worden gekozen. Steunpunt RI&E neemt het vastleggen van benodigde verdiepende onderzoeken expliciet mee in de eisen aan een goed branche-RI&E-instrument.
De centrale vraag wordt dan:
Wat moeten we beter begrijpen om de juiste maatregel te kunnen kiezen?
Een vragenlijst voor psychosociale arbeidsbelasting
Bij verdiepend onderzoek naar psychosociale arbeidsbelasting kan een vragenlijst onder medewerkers een belangrijke bron van informatie zijn.
Het doel daarvan is niet simpelweg zoveel mogelijk vragen stellen. Een goede vragenlijst moet helpen beoordelen in welke mate bepaalde risico’s voorkomen, waar ze zich voordoen en welke factoren ermee samenhangen.
Juist bij werkdruk is één algemene vraag als “Ervaart u werkdruk?” vaak onvoldoende. De meest recente checklist van Steunpunt RI&E voor erkende branche-instrumenten benadrukt bijvoorbeeld dat vragen voldoende specifiek moeten zijn om kenmerken van werkdruk daadwerkelijk te inventariseren, in plaats van alleen algemeen te vragen of er sprake is van werkdruk.
Een goed onderzoek kan daarnaast onderscheid maken tussen uitkomsten en mogelijke oorzaken.
Je wilt bijvoorbeeld niet alleen weten:
Hoeveel stress ervaren medewerkers?
maar ook:
Welke aspecten van het werk, het werkklimaat en het leiderschap hangen met die stress samen?
Dat maakt het verschil tussen alleen meten en daadwerkelijk kunnen verbeteren.
Verdiepen met de Psychosociale Arbeidsbelasting Scan
De Psychosociale Arbeidsbelasting Scan van The Better Company kan worden ingezet wanneer de RI&E aanleiding geeft om PSA verder te onderzoeken.
De scan is daarmee niet bedoeld als vervanging van de volledige RI&E. De RI&E bestrijkt immers alle relevante veiligheids- en gezondheidsrisico’s binnen een organisatie. De scan richt zich specifiek op de verdieping van psychosociale arbeidsbelasting.
Met een wetenschappelijk onderbouwde vragenlijst wordt onderzocht in welke mate medewerkers verschillende vormen van PSA ervaren. Daarbij wordt onder andere gekeken naar stress en ongewenst gedrag zoals pesten, discriminatie, seksuele intimidatie en agressie en geweld.
Maar alleen het meten van deze uitkomsten geeft nog onvoldoende handelingsperspectief.
Daarom onderzoekt de Psychosociale Arbeidsbelasting Scan tegelijkertijd de systemische drijfveren die PSA binnen de organisatie kunnen versterken of juist verminderen. Denk bijvoorbeeld aan ervaren werkdruk, ondersteuning van collega’s en aspecten van leiderschap. De scan maakt daarmee zichtbaar welke factoren samenhangen met de psychosociale belasting binnen de eigen organisatie.
Dat helpt om de stap te maken van:
“We zien een risico op psychosociale arbeidsbelasting”
naar:
“We weten waar we gericht moeten ingrijpen om dat risico te verminderen.”
Juist die informatie kan waardevolle input leveren voor het Plan van Aanpak en voor het bepalen van concrete interventies.
Bekijk de Psychosociale Arbeidsbelasting Scan van The Better Company
Van symptomen naar grondoorzaken
Dat onderscheid tussen symptomen en oorzaken is bij psychosociale arbeidsbelasting belangrijk.
Neem een organisatie waar medewerkers relatief veel stress rapporteren. Alleen op basis daarvan zou je kunnen concluderen dat er iets aan werkdruk moet worden gedaan.
Maar wat betekent dat concreet?
Bij het ene team kan de oorzaak liggen bij een te grote hoeveelheid werk. In een ander team kunnen vooral onduidelijke prioriteiten een rol spelen. Elders kan onvoldoende ondersteuning door leidinggevenden de belangrijkste factor zijn.
Hetzelfde geldt voor sociale veiligheid. Wanneer ongewenst gedrag voorkomt, wil je niet alleen weten hoeveel incidenten medewerkers ervaren. Je wilt ook begrijpen welke omstandigheden een voedingsbodem creëren waarin dat gedrag gemakkelijker kan ontstaan of blijven bestaan.
Een verdiepend PSA-onderzoek helpt daardoor om het Plan van Aanpak specifieker en gerichter te maken.
In plaats van een algemene maatregel voor de hele organisatie kun je prioriteiten stellen op basis van de belangrijkste risico’s en beïnvloedbare factoren.
Meten is niet het eindpunt
Het uitvoeren van een RI&E of PSA-onderzoek is uiteindelijk geen doel op zichzelf.
De bedoeling van de arbeidsomstandighedenwetgeving is dat organisaties risico’s daadwerkelijk voorkomen of beperken. Onderzoek is daarvoor een middel.
Na de inventarisatie en eventuele verdieping volgt daarom het Plan van Aanpak. Vervolgens moeten maatregelen worden uitgevoerd en moet worden nagegaan of deze ook effect hebben.
Dat maakt de aanpak cyclisch:
meten, begrijpen, verbeteren en opnieuw evalueren.
Ook in een overheidsleidraad over mentale gezondheid op het werk wordt organisaties geadviseerd om binnen de RI&E periodiek psychosociale risico- en beschermende factoren te inventariseren, werkgerelateerde oorzaken in kaart te brengen, oplossingen te kiezen en de effecten daarvan te evalueren.
Een goede aanpak van psychosociale arbeidsbelasting stopt daarom niet bij de constatering dat medewerkers stress of ongewenst gedrag ervaren. Het gaat uiteindelijk om de vraag:
wat kunnen we in de organisatie veranderen om die belasting structureel te verminderen?
Psychosociale arbeidsbelasting: van verplichting naar verbetering
De Arbowet verplicht werkgevers om psychosociale arbeidsbelasting serieus te nemen. PSA moet worden meegenomen in de RI&E en wanneer risico’s worden vastgesteld, moeten maatregelen volgen.
Maar goed PSA-beleid gaat verder dan alleen voldoen aan een wettelijke verplichting.
Een goede RI&E helpt signaleren waar risico’s kunnen bestaan. Wanneer die inventarisatie onvoldoende inzicht geeft in de aard, omvang of oorzaken van psychosociale arbeidsbelasting, kan verdiepend onderzoek de volgende stap zijn.
Met de Psychosociale Arbeidsbelasting Scan kan vervolgens worden onderzocht hoe medewerkers de psychosociale belasting daadwerkelijk ervaren én welke factoren binnen werk, samenwerking en leiderschap daarmee samenhangen.
Zo wordt de RI&E niet alleen een verplicht document, maar het beginpunt van gericht verbeteren.
Bronnen en verder lezen
Arboportaal – Psychosociale arbeidsbelasting
Arboportaal – Wat zegt de wet over werkdruk?
Arboportaal – Waaruit bestaat de RI&E?
Arboportaal – Wat zegt de wet over de RI&E?
Steunpunt RI&E




